Home Postbus Informatie Nederlands English
Home Zoeken Weblinks
INTRODUKTIE


Terug    DRENTHE ZOALS HET NU IS

De geografie van Drenthe

Het grootste deel van de provincie bevindt zich op het zogenoemde Drents Plateau. Dit plateau, dat grotendeels boven NAP ligt is voornamelijk opgebouwd uit keileem, afgezet in de voorlaatste ijstijd. Hierboven ligt vaak een laag dekzand uit de laatste ijstijd en lokaal veen. Er zijn weinig grote hoogteverschillen, het gehele plateau ligt voornamelijk tussen de 10 en 20 meter boven NAP. Het reliŽf is vooral gevormd door het landijs in de voorlaatste ijstijd. Op veel plekken liet het ijs langwerpige rechte ruggen in het landschap achter; het mooiste voorbeeld hiervan is de Hondsrug in het noordoosten van Drenthe. De Hondsrug strekt zich uit van voorbij Emmen in het zuidoosten tot in de stad Groningen in het noorden. Op sommige plekken stuwde het ijs de ondergrond zelfs op tot kleine stuwwallen, een voorbeeld hiervan is de Havelterberg. Na de voorlaatste ijstijd werd dit landschap aangetast door beekjes en riviertjes, die grotendeels het patroon van de door het ijs gevormde ruggen volgden. Toen ook de mens zijn intrede in het landschap deed werd het reliŽf beÔnvloed door opgehoogde bouwlanden en oude stuifduinen.

Het hoogste natuurlijke punt van de provincie ligt 32 meter boven NAP ten noordwesten van Emmen. Het absoluut hoogste punt van de provincie (56 meter) is de VAM-berg bij Wijster, bestaande uit vuilnis. Boven op de heuvel ligt het bezoekerscentrum de Blinkerd. Bij deze heuvel ligt het natuurontwikkelingsgebied de Zuidmaten. De randen van de provincie liggen een stuk lager, delen in het noordwesten en zuidwesten liggen zelfs onder NAP. Bij Schoonebeek wordt aardolie gewonnen en verspreid over de provincie wordt aardgas gewonnen. Het hoofdkantoor van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), verantwoordelijk voor aardolie- en aardgaswinning, bevindt zich in Assen.

Landschap

Ruwweg ziet de provincie Drenthe er uit als een omgekeerd bord; het midden is relatief hoog en de randen liggen lager. Met uitzondering van de Hondsrug gaat het om een hoogteverschil van slechts enkele meters. Toch is er een duidelijk verschil in landschap, geschiedenis en bevolking tussen de twee delen.

Zandgebieden

Het centrale, iets hoger gelegen deel van de provincie wordt gevormd door zandgronden, ook wel het 'oude Drenthe' genoemd. Hier vindt men van oudsher het esdorpenlandschap, dat gekarakteriseerd werd door brinkdorpen, essen, heidevelden en groenlanden in de beekdalen. Veeteelt, vooral schapenteelt, stond in dienst van de landbouw. De mest van de schapen, die 's zomers weidden op de heide en 's winters gevoed werden met het hooi uit de beekdalen, werd vermengd met heideplaggen en gebruikt om de essen vruchtbaar te maken. Door deze vorm van bemesting kregen de essen hun karakteristieke bolle vorm. Door de uitvinding van de kunstmest, eind 19e eeuw, werd de schapenteelt minder belangrijk en konden grote delen van de 'overbodig' geworden heide velden worden ontgonnen als landbouwgebied. Een ander deel van de heide werd bebost door het destijds opgerichte Staatsbosbeheer om in de toenemende houtbehoefte te voorzien. De groenlanden langs de beken worden tegenwoordig vooral als weideland gebruikt. De beken zijn bovendien op veel plaatsen rechtgetrokken. De essen zijn door ruilverkavelingen ook ingrijpend in aanzien veranderd. Van de eens zo uitgestrekte heidevelden zijn nog maar enkele grote en een redelijk aantal kleine velden over. Anders dan honderd jaar geleden beschikt Drenthe nu wel over uitgestrekte bosgebieden, die overigens voor het ontstaan (door begrazing) van de heidevelden en (door kap) van de essen ook veelvuldig aanwezig waren. Een van de weinige gave voorbeelden van een esdorpenlandschap is te vinden in het stroomgebied van de Drentsche Aa, ten noordoosten van Assen. Dit vrij unieke gebied is daarom (als enige cultuurlandschap) aangewezen als nationaal park: het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Veengebieden

De lager gelegen delen langs de grenzen van de provincie vormen de veengronden, die vanaf de Middeleeuwen tot halverwege de 20e eeuw geleidelijk aan zijn ontgonnen voor de turfwinning. De grote veenmoerassen werden door kanalen en wijken ontwaterd, het veen werd afgegraven door de turf weg te steken. Het werd na droging naar elders vervoerd om als brandstof te dienen. Op de dalgronden die hierdoor ontstonden vestigden zich vervolgens boeren, die vaak van buiten de provincie kwamen.Het landschap in de veengebieden wordt gekenmerkt door rechte lijnen met veel sloten, wijken en kanalen. Er is veel lintbebouwing te vinden. Plaatsnamen bevatten vaak woorden die verwijzen naar het (vroegere) landschap of de ligging, zoals veen, peel, moer, veld, wold, beek, kanaal, wijk, sloot en mond, of met nieuw naar de kolonisatie. De oudste veendorpen zijn Ruinerwold en Schoonebeek, die dateren uit de Middeleeuwen. Het jongste dorp van Drenthe is Witteveen, dat werd gesticht in 1926. Er zijn ook twee gebieden over die niet (volledig) ontgonnen zijn en waar het oorspronkelijke hoogveen nog aanwezig is: het Bargerveen in het uiterste zuidoosten van Drenthe en het FochteloŽrveen in het noordwesten op de grens met Friesland.

Drenthe is een groene provincie en voor velen de plek om rust te vinden. Zo beschikt Drenthe over veel natuurgebieden rond de unieke hunebedden, landelijke dorpjes en de drie nationale parken. Voor rust en ontspanning hoeft u hier dus niet ver te zoeken. Maar Drenthe heeft meer te bieden dan dat. Zo heeft Drenthe veel bezienswaardigheden en worden er verschillende grote evenementen georganiseerd, zoals de TT Assen, bloemencorso's en muziekfestivals. Ook voor kinderen is er in Drenthe veel te beleven. Naast dagattracties als het Verkeerspark in Assen en het Dierenpark in Emmen zijn er talloze (overdekte) speeltuinen en activiteiten

Terug    HET DRENTHE VAN VROEGER

De eerste vermelding van Drenthe is gevonden in een document uit het jaar 820 waarin wordt gesproken van de pago Treanth, de gouw Drenthe. Uit archiefstukken in het Drents Archief blijkt dat in 1024 en 1025 over Drenthe als graafschap wordt gesproken. De naam Drenthe is waarschijnlijk een verwijzing naar het getal drie, er zouden oorspronkelijk drie dingspelen in Drenthe geweest zijn, hoewel er uit latere tijd zes bekend zijn. Dat Drenthe al tijdens het Neolithicum werd bewoond, blijkt uit de aanwezigheid van 52 hunebedden. Dit zijn megalitische grafmonumenten, bestaande uit zwerfstenen die aangevoerd zijn in de voorlaatste ijstijd. Van de 53 die in Nederland voorkomen staan er 51 in Drenthe. De overige twee in de provincie Groningen. (Dergelijke hunebedden zijn trouwens ook in het noorden van Duitsland te vinden.) Ook uit latere perioden zijn in de provincie veel tastbare overblijfselen bewaard gebleven, zoals grafheuvels. Oorspronkelijk behoorde de stad Groningen en het omringende Gorecht tot het graafschap Drenthe, terwijl Coevorden er niet toe behoorde. De Stellingwerven, die tegenwoordig in Friesland liggen, hoorden oorspronkelijk ook bij Drenthe. Over de grenzen in de veenstreken is tussen Drenthe en de aanliggende landen herhaaldelijk geschil geweest, wellicht doordat in de veengrond de opgerichte grensstenen of -palen wegzakten en zo de toestand dubieus werd.

In 1046 schonk keizer Hendrik III het graafschap aan bisschop Bernold van Utrecht. In 1227 versloeg een legertje van Drentse boeren onder leiding van Rudolf II van Coevorden het ruiterleger van de bisschop in de Slag bij Ane, door de paarden een moeras in te lokken. Het volgend jaar herstelde de nieuwe bisschop zijn gezag over de Drenten. Hoewel Drenthe eigen staten had (Ridderschap en Eigenerfden) erkende de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Drenthe niet voor vol en beschouwden het als een achtergebleven gebied dat geen vertegenwoordiging in de Staten-Generaal verdiende. Bestuurlijk bleef Drenthe wel een zelfstandig gewest, anders dan de generaliteitslanden. Pas bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd de situatie duidelijk: Drenthe werd een volwaardige provincie. In het begin van de negentiende eeuw was Drenthe nog grotendeels een geÔsoleerde landstreek. De woeste grond die een groot deel van de provincie nog bedekte werd echter langzaam maar zeker ontgonnen. In het zuidwesten van de provincie gebeurde dat door de Maatschappij van Weldadigheid die een kolonisatieprojekt begon rond Frederiksoord. De Smildervenen werden steeds verder afgegraven, in het zuidoosten werden nieuwe kolonies gesticht langs de verlengde Hoogeveense Vaart en het Oranjekanaal. Het convenant van Bareveld gaf een grote impuls aan de vervening in het Oostermoergebied. Het besloten karakter van Drenthe werd in de twintigste eeuw definitief aangetast. Na de venen werden nu ook de uitgebreide heidecomplexen ontgonnen. Naast de traditionele kleinschalige landbouw op de zandgronden ontstonden grotere bedrijven in de nieuwe ontginningsgebieden. Dorpen als Hoogeveen en met name Emmen ontwikkelden zich tot industriekernen. Assen, oorspronkelijk slechts een kern bij het klooster MariŽnkamp, groeide uit tot een echte provinciehoofdstad, de komst van de TT zette de plaats ook op de internationale kaart.

Terug    DRENTHE HEEFT TOEKOMST

Provinciale staten van Drenthe hebben op 2 juni 2010 de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. De Omgevingsvisie is hťt strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe voor de periode tot 2020. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie is ingevuld vanuit de wetenschap dat er een nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking is getreden, waarin de rol van de provincie anders is gedefinieerd. Deze nieuwe rol brengt met zich mee dat de provincie zijn eigen perspectieven en belangen helder moet benoemen. Wij doen dit vanuit een basishouding 'decentraal wat kan, centraal wat moet' en op basis van gelijkwaardigheid met en vertrouwen in onze partners, waaronder de twaalf Drentse gemeenten. De Omgevingsvisie Drenthe vervangt het tweede Provinciaal omgevingsplan (POPII) en is een integratie van vier wettelijk voorgeschreven planvormen; de provinciale ruimtelijke structuurvisie, het provinciaal milieubeleidsplan, het regionaal waterplan en het provinciaal verkeers- en vervoersplan. De Omgevingsvisie is een interactief proces tot stand gekomen. Zowel bij de voorbereiding als bij het opstellen van de Omgevingsvisie zijn onze partners, maatschappelijke organisaties en de inwoners van Drenthe nauw betrokken.

Terug    BRONVERMELDING

Website WIKIPEDIA


  Laatste update :
Valid XHTML Copyrights (c) - VoorElk